Tussen kiel, sjaal en grenzen

Carnaval is zwaar voor mijn lijf, maar licht voor mijn hart. Over Oeteldonk, samen zingen, grenzen voelen en toch gaan. Dit is hoe ik carnaval vier, op mijn tempo.

Het is de eerste dag na carnaval 2026. Voor mij en voor een hele hoop andere Oeteldonkers voelt dat altijd een beetje vreemd. Het carnavalsseizoen is voorbij en ineens moeten we weer wachten tot 11 november. Elk jaar voelt dat hetzelfde. Alsof je net uit een warm bad stapt en even moet wennen aan de kou.

Ik vermoed dat je ermee opgevoed moet zijn? En zelfs dan zijn er mensen die tijdens carnaval liever de stad ontvluchten dan er middenin te staan. Bij mij zit het dieper. Het zit in mijn bloed. Zoals je ook kunt zien aan de foto verderop. Dat was ik als driejarige, in mijn boerenkiel bij de plaatselijke carnavalsvereniging. Carnaval zit niet in mijn agenda, maar in mijn bloed. Dat is nooit weggegaan.

Toch denk ik elk jaar vooraf dat ik het misschien oversla. Carnaval is zwaar voor mijn lijf. Ik sta veel, ben vaak buiten en mijn spieren raken sneller vermoeid. Met het Chronisch Pijn Syndroom is dat geen detail, maar dagelijkse realiteit. En toch verandert dat voornemen steevast zodra de eerste appjes binnenkomen. Ga je weer mee? Dan begint het te kriebelen. Altijd weer.

Want carnaval gaat voor mij over samenhorigheid. Over iedereen in eenzelfde soort jasje, sjaal en lach. Over meezingen met foute muziek zonder schaamte. Over dansen zoals jij dat wilt, zonder dat iemand daar iets van vindt. Even geen oordelen. Gewoon met vriendinnen de stad in en genieten. Niet het drinken, maar het samenzijn maakt het feest. Dat is carnaval voor mij.

Ik heb er zelfs een aantal van mijn beste vriendinnen ontmoet. Het was het jaar dat ik net weer in de stad was komen wonen. Andere vriendinnen hadden geen zin meer in carnaval. Ik meldde me aan bij een NMLK-groep en voelde vrijwel meteen een klik met een paar deelnemers. Inmiddels zien we elkaar ook buiten carnaval om. We wandelen samen, gaan uit eten of naar een dansfeestje. Dat begon allemaal daar, tussen kiel en sjaal.

Mijn tempo, mijn rust

In de loop der jaren is mijn manier van carnaval vieren wel veranderd. Fysiek kan ik gewoon niet meer dagenlang doorgaan, zonder naar mijn lijf te luisteren. Ja, het blijft een gaaf feest, maar erna meerdere dagen ziek op bed is niet verantwoord. En past ook niet bij het respect dat ik voor mijn lichaam en geest wil opbrengen. Dus paste ik het zo aan dat ik kan genieten én fysiek verstandig bezig blijf.

Ik ga nu alleen nog overdag, niet in de avond of nacht. En kijk per dag wat ik aankan. Vaak sluit ik aan bij een NMLK-groep, waar ook vriendinnen aansluiten. We trekken samen op en kijken gedurende de dag of we bij elkaar blijven of even onze eigen weg gaan.

De avonden vind ik minder gezellig. Het is drukker, chaotischer en eerlijk is eerlijk, ik ben dan ook gewoon moe. Overdag ga ik tot het niet meer gaat. Ik woon in de stad en kan dus altijd even naar huis. Soms loop ik later nog eens terug. Vriendinnen kan ik appen waar ze zijn. Dat geeft vrijheid.

Dat hielt dit jaar in dat ik per dag keek wat er ging. Uiteindelijk kon ik best veel doen. Maar wel steeds max 3 á 4 uurtjes. Met tussendoor even zitten en ontspannen. Zenuwpijn bleef dit keer uit. Krampen, spierpijn en een hese stem, nam ik voor lief. Dat mag er zijn als je gezellig bezig bent geweest. Echt steeds zelf afwegen wat nodig was. Even op een bankje of plateau rust houden. Even een paar keer goed doorademen. Stil staan bij hoe het ging. In de avond met een lekkere kop thee op de bank. Met de muziek en dweilorkesten op de achtergrond. En met de kittens dicht tegen me aan. Want die voelden zich genegeerd.

Het echte omslagmoment kwam in 2018. Na carnaval lag ik meerdere dagen op bed. In dat jaar ontstonden de chronische pijn in mijn nek en de duizeligheidsklachten. Ik had gedacht dat ik carnaval nog kon vieren zoals vóór die klachten. Dat bleek niet zo te zijn. Ik was ver over mijn grenzen gegaan. De pijn was zo hevig dat ik moest overgeven en zelfs de route naar het toilet te lang voelde. Dat was confronterend. Zo kon het niet meer. Maar stoppen wilde ik ook niet.

Wat helpt, is dat deze dagen te plannen zijn. Ik kan ervoor en erna rust nemen. Het is geen wekelijkse belasting, maar één keer per jaar. En het plezier dat ik beleef en de herinneringen die blijven hangen, helpen me door moeilijkere periodes heen. Periodes waarin ik soms vooral op bed lig. Dan denk ik vaak: zulke momenten draag ik mee, ook als ik later weer moet rusten.

Toch komt het ook weleens voor dat ik niet meega. Afgelopen 11 november was dat zo. Ik had zoveel pijn en was misselijk. Het ging gewoon niet. De vriendinnen vroegen nog of ik mee wilde lunchen, maar ook dat heb ik uiteindelijk niet gedaan. Jammer, maar ook dat is realiteit. Grenzen horen erbij.

Carnaval draait voor mij niet om onbeperkt drinken. Ik hou niet van bier en de wijn die er te krijgen is, stelt meestal teleur. Een baco is vaak duurder dan hij lekker is. Ik kom net zo goed de dag door op fris en water. Het gevoel telt, niet het alcoholpercentage.

Gelijkheid in kleding en muziek

Wat kleding betreft zijn we in Oeteldonk misschien wat vreemde snuiters. Geen verkleedpartijen zoals in andere Brabantse steden. Geen bananenpakken of glitteroutfits. Hier dragen we juist bijna allemaal hetzelfde. Een oud gebruik dat draait om samenzijn. Vroeger zelfs om het verschil tussen arm en rijk weg te nemen. Met carnaval was iedereen gelijk.

Dat betekent een blauwe boerenkiel of een zwart colbertjasje vol emblemen. Een zwarte broek eronder en een rood wit gele sjaal. Vaak ook handschoenen in diezelfde kleuren, want warm is het zelden. Mijn jasje kocht ik jaren geleden. Elk jaar komen er emblemen bij. En elk jaar zit ik weer uren op de bank met naald en draad. Die emblemen zijn stug en vragen geduld. Maar het is ook een ritueel. Een manier om alvast in de stemming te komen. Mijn jasje vertelt elk jaar een beetje meer wie ik ben.

Ook de muziek hoort erbij. Natuurlijk klinken er bekende feestnummers, maar Oeteldonk heeft zijn eigen repertoire. Liedjes die niet per se feestelijk zijn, maar wel voelen als dit zijn wij. We zingen ze uit volle borst mee. En soms duiken er ineens oude nummers op die iedereen kent.

Een moment dat me altijd bijblijft, was toen “Hey Jude” werd gedraaid. We stonden buiten in een drukke straat. Bij onze kroeg begon het nummer. Al bij de eerste tonen wist iedereen wat er ging gebeuren. We zongen mee. De kroegen ernaast zetten hun muziek uit. En bij het bekende refrein zong de hele straat. De muziek werd bijna overstemd door stemmen en je voelde de emotie om je heen. Dat zijn de momenten waar ik het voor doe!

Carnaval is voorbij. Op naar een volgende 11 november. Want dan starten we weer.

-XOXO-


Gepubliceerd door Just Tess

Blogs & vlogs van een 40-ish quirky woman die zich verwondert, uitspreekt + kleur bekent. Reis mee langs haar #DailyLife #Health & #LowCarbLifestyle!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *